Overzicht HH  m Vertel verderm Contact

        De website met meer dan 435 beeldmeditaties        

WelkomVasten '14KalenderOude testamentNieuwe testamentHeiligenKerkenAnders...SJ-links
Over beeldmeditaties 

 Inhoud van deze pagina  Kijken naar kunstwerken
Het heilige afbeelden: mag dat wel?
Kijken naar afbeeldingen bij bijbelverhalen en heiligenlegendes


Kijken naar kunstwerken

Kunstwerken zijn door mensen tot stand gebracht. Op een goed moment heeft de kunstenaar het werk voltooid en afgestaan. Alles wat er te zien (en/of te horen, te smaken, te ruiken en te voelen valt), is blijkbaar door de kunstenaar zo gewild.

Wij beperken ons hier tot het kijken naar een kunstwerk.
Grofweg zijn er minstens twee manieren van kijken:

De analytische methode
Dan gaat het om de vraag: hoe heeft de kunstenaar zijn afbeelding gecomponeerd? Lopen er (denkbeeldige) lijnen die ordening aanbrengen? Welke kleuren worden gebruikt? Zijn er (opvallende) kleurovereenkomsten? Zijn er dingen afgebeeld die ‘in het echt’ eigenlijk niet kunnen? Enz. enz. Alles wat je opmerkt is waardevol, tot in de kleinste détails.
Bij elk van de opmerkingen vraag je je af wat de bedoeling zou kunnen zijn van het feit dat de kunstenaar het zo en niet anders heeft afgebeeld. Wat is het effect van die gegevenheden.
Kortom, bij elke constatering stel je je de vraag wat er de betekenis van zou kunnen zijn. Daarbij is het goed te bedenken dat de betekenis die je vindt, jouw betekenis is. Hoeft niet perse zo door de kunstenaar bedoeld te zijn., Maar de manier waarop de kunstenaar te werk is gegaan, maakt jouw betekenisgeving mogelijk.

vermeer

Eén voorbeeld n.a.v. Het Gezicht op Delft van Vermeer.
Boven het stille Delft hangt een zwarte wolk. Waarom zou die daar zijn aangebracht? Is ze al overgedreven of moet ze nog over de stad heen?
• Men zou heel nuchter kunnen zeggen: Vermeer zat ten zuidoosten van Delft. Hij keek dus naar het noordwesten. Daar komen bij ons meestal zulke wolken vandaan. Een uitstekende verklaring.
• Anderen zeggen: Vermeer schilderde dit doek rond 1660. zes jaar na de kruithuisontploffing, waarbij honderden mensen omkwamen en een heel stadsdeel werd weggevaagd. Geen gebouw in de stad bleef ombeschadigd. Als we goed kijken zien we nergens meer schade aan de geschilderde gebouwen. De zwarte wolk van het onheil is overgedreven…?
Deze verklaring wordt geholpen door ‘méérkennis’, maar is niet per beter dan de eerste.

Kijkvragen die hierbij kunnen helpen:
♦ Je eerste spontane indruk? (1 woord; hooguit 1 zin)
♦ Wat valt je (allemaal) op?
♦ Hoe is de kunstenaar te werk gegaan?
♦ Wat betekenen de dingen die jou opvallen? Wat 'zegt' het, volgens jou? Zit er een gedachte / idee achter?
♦ Als je wat langer bij het kunstwerk bent blijven staan en het op je in hebt laten werken, is dan je eerste indruk veranderd...? genuanceerd...? bevestigd...?

De associatieve methode
Op deze methode wordt vooral door de moderne kunst een beroep gedaan. Want vaak ‘lijkt’ de afbeelding niet, of ‘doet de kunstenaar maar wat’. Maar het kunstwerk roept altijd emoties op die ik daarnet, voordat ik het kunstwerk had gezien, nog niet had. Ik ben onder de indruk, vind het niks, raadselachtig, voel mij bedrogen, raak geëmotioneerd: soms worden herinneringen opgeroepen – ik weet ook niet waarom.
De kunstenaar laat ons over aan onze eigen emoties. En als je met meer bent kun je met elkaar uitwisselen welke gevoelens bij ieder worden opgeroepen.

rood

Eén voorbeeld: het volkomen rode schilderij met op de uiterste rechter rand een bruine streep.
Hier kom ik niet veel verder met de vraag: ‘Wat stelt het voor?’ Maar wel: ‘Wat doet het met me?’ In eerste instantie voelde ik me bedrogen: zo’n dure toegangsprijs voor een strak rood doek. Ik bleef staan. Knap dat je het zo egaal rood krijgt. Het rood is warm. Vuur? Pinksteren? Bloed? Of toch geweld? Ik denk terug aan de momenten in mijn leven dat rood een belangrijke rol speelde. Die bruine streep rechts: het lijkt wel of ik door een venster kijk en buiten is alles rood… Toch Pinksteren, toen de leerlingen de vensters opengooiden? Laatste Oordeel? Enz. enz.

Kijkvragen die hierbij kunnen helpen:
♦ Welke gevoelens roept het op?
♦ Wat 'zegt' het? wat 'doet' het je?
♦ Waar raakt het je?
♦ Waar herinnert het je aan?
♦ Waardoor worden die gevoelens te weeg gebracht?

Het heilige afbeelden: mag dat wel?

Mag je het heilige wel afbeelden? Immers het tweede van de Tien geboden zegt uitdrukkelijk: ‘Gij zult geen godenbeelden maken, geen afbeelding van enig wezen boven in de hemel, beneden op de aarde of in de wateren onder de aarde’ (Exodus 20,04). De Reformatie heeft dat gebod weer opgepakt en doorgevoerd in haar cultuur. Waarom de katholieken niet? Hoe verantwoorden zij hun religieuze afbeeldingen?

1 Jezus en zijn generatie
Jezus zelf en zijn allereerste volgelingen, de eerste christengeneratie, waren van origine joden en hielden zich aan het joodse beeldenverbod. Zij zagen in de Griekse en Romeinse godenbeelden voorbeelden van pure afgoderij.

In Jezus' tijd speelde de kwestie of je belasting aan de keizer moest betalen. Principiële joden hadden er moeite mee, want indirect steunde je daarmee het gehate bewind van de vijand. Minder principiëlen zeiden dat je geen onnodige ruzie moest uitlokken met de Romeinse bezetters. Toen ze Jezus vroegen hoe Hij over deze kwestie dacht, antwoordde Hij: "Heb je zo'n belastingmuntje bij de hand?" Ze gaven Hem er een. Hij vroeg: "Van wie is de afbeelding op de munt?" Zij antwoordden: "Van de keizer." Waarop Hij besloot: "Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is." De munt behoorde door de afbeelding van de keizer aan de keizer. Zo behoorde de mens door de afbeelding van... God aan God. In het eerste scheppingsverhaal in het allereerste bijbelboek, Genesis, staat immers het beroemde vers dat God de mens schiep naar zijn beeld en gelijkenis (01,26). Het enige beeld dat van God was toegestaan was het beeld dat Hijzelf gemaakt had: de menselijke persoon... die probeerde zo goed als God te zijn!

2 De oudste christelijke afbeeldingen
De oudste christelijke afbeeldingen vinden we in Rome, in de catacomben, onderaardse begraafplaatsen.
Vanwege de herhaalde vervolgingen door de Romeinse overheid namen de christenen hun toevlucht tot symbolen die de Romeinse vervolgers niet begrepen: vis, anker, duif, wijnrank.
Op de plaatsen waar christenen al of niet in het geheim bijeenkwamen vinden we vaak afbeeldingen van personen uit het Oude Testament, die als symbool van Christus werden gezien: Jona, Daniël in de leeuwenkuil, de jongelingen in de vuuroven.
De oudste afbeelding van Jezus zelf is niet een kruisiging (te hard en te confronterend: het kruis was in de Romeinse wereld immers het instrument waarmee de laagste slavenhonden de doodstraf kregen!), maar als jongeman met een schaap op de schouders (Goede Herder).

3 Christendom staatsgodsdienst
Wanneer door toedoen van keizer Constantijn (306-337) en zijn opvolgers het christendom niet alleen geaccepteerd wordt als godsdienst, maar zelfs de voornaamste of exclusieve plaats onder de rijksgodsdiensten krijgt toebedeeld, beginnen christenen vrijmoediger taferelen uit het leven van Jezus uit te beelden; natuurlijk met gebruikmaking van de beeldtaal van dat moment. De mooiste voorbeelden die er nu nog van over zijn vinden we in Rome, Ravenna, Constantinopel en in mindere mate Trier en Milaan, de toenmalige keizerlijke residentiesteden.
De christenkunstenaars van de eerste eeuwen waren niet geïnteresseerd in de vraag hoe Jezus er precies had uitgezien. Zij probeerden Jezus zo uit te beelden dat Hij er des te duidelijker uitzag als de Jezus van het geloof. We zien dus Jezus als leraar (uitgebeeld als een toenmalige filosoof: zetelend temidden van zijn leerlingen met boekrol en opgeheven leraarshand), en vandaar Jezus als Wetgever, de nieuwe Mozes; Jezus als 'pantokrator' (= heerser over het heelal), die vaak met een strenge eerbiedwekkende blik vanuit de koepel van de kerk op de gelovigen neerziet, Jezus in een mandorla (stralenkrans), Jezus met de gevleugelde symbolen van de evangelisten om zich heen (resp. mens, leeuw, rund en adelaar), Jezus als Goede Herder.

4 Ontstaan van de oosterse iconenkunst
Wanneer het centrum van de Romeinse wereld definitief naar het oostelijke Constantinopel (later Byzantium geheten) verhuist, ontstaat daar de iconenkunst.
De christenen van Byzantium zien in de icoon veel meer dan eenvoudig een afbeelding van een bijbelse of goddelijke persoon. De icoon is een uitbeelding van het onzichtbare mysterie van God; in de icoon wordt de onzichtbare werkelijkheid van God zichtbaar gemaakt: het oneindige, onbevattelijke geheim van God zelf wordt present gesteld. Waar de joden nooit toe zijn overgegaan gebeurt nu in Byzantium wel.
Hoe verantwoordden de christenen dat? Door te wijzen op de persoon van Jezus. Van Hem zegt het christelijk geloof immers dat Hij Gods Zoon was; dat in Hem God was mens geworden. En daarmee had God zichzelf zichtbaar en kenbaar gemaakt. (In het evangelie volgens Johannes zegt Jezus tegen één van zijn leerlingen: "Wie mij ziet, ziet de Vader" Johannes 14,09) Omdat God zelf onze geschiedenis was binnengetreden, en aangeraakt en gezien kon worden, kon je Hem dus ook afbeelden (als het geen anachronisme was, kon je zeggen dat je God had kunnen fotograferen).

5 De Abgarlegende
Om het afbeelden van Christus te verantwoorden wordt de volgende legende verteld. (De oudste versie ervan vinden we aan het eind van de 3e of begin van de 4e eeuw).

Toen Jezus optrad in Palestina, kwam dat koning Abgar ter ore, die in de Syrische stad Edessa (thans Urfa in Zuid-Oost-Turkije) resideerde en ernstig ziek was. Hij hoorde van Jezus' genezingen en van de tegenwerking van zijn joodse tijdgenoten. Hij stuurde hem via een boodschapper een brief, waarin hij Hem uitnodigde naar hem toe te komen om hem, Abgar, te genezen en zijn evangelie te preken in Edessa; daar zou Jezus zeker meer gehoor en ingang vinden. Jezus schreef terug dat Hij gekomen was voor Israël en dat Hij daar moest lijden en sterven om zo zijn heerlijkheid binnen te gaan. Toen Abgar begreep dat hij Jezus niet persoonlijk te zien zou krijgen, stuurde hij een portretschilder met de bedoeling dat deze een gelijkend portret van Jezus zou maken. Maar de glans op het gelaat van Jezus was zo sterk dat het de schilder volkomen verblindde. Hij kreeg geen penseelstreek op het doek. Met medelijden bewogen nam Jezus het linnen waarop zijn portret had moeten komen in zijn handen en drukte het tegen zijn gezicht. De afdruk ervan bleef op het doek achter. Die doek werd naar koning Abgar in Edessa gebracht. Op het moment dat de zieke koning de afbeelding tegen zijn gezicht drukte, was hij genezen.

De bedoeling van de legende is duidelijk:
♦ Het maken van afbeeldingen van Jezus, de Zoon van God, wordt hier op Hemzelf teruggevoerd. Als Hij er zelf mee begonnen was, dan mochten latere generaties zijn voorbeeld volgen.
♦ In de afbeelding is dezelfde genezende wonderkracht werkzaam als in de afgebeelde persoon zelf!

6 Het iconoklasme
In de 8e en 9e eeuw kwam in Byzantium de beweging op die het vereren van iconen heidens vond; de aanhangers vernietigden systematisch alle iconen (iconoklasten; vgl. de Beeldenstorm tijdens de Reformatie in het westerse christendom: 1566 en 1573).
Op dat moment waren de christenen scherp verdeeld in twee kampen. Uiteindelijk werd die theologische strijd gewonnen door degenen die de iconenverering bevorderden. Vooral door toedoen van de theoloog Johannes van Damascus († ca 749; feest 4 december). Hij schreef een boekje ‘Tegen hen die de iconen breken’. De verdedigers van de beeldenverering kwamen natuurlijk met bovenstaande legende, die ze zo bijwerkten dat hij nog duidelijker aan hun doel beantwoordde. Maar ook zeiden ze dat God de hele schepping, de materie geheiligd had, door zelf materie te worden op het moment dat Jezus mens was geworden.
Vandaar dat oosterse christenen niet alleen de afbeelding op de icoon vereren, maar ook het hout dat ervoor gebruikt wordt. Dat is evenzeer drager van Gods aanwezigheid als de heilige afbeelding die erop is aangebracht.

7 Iconen schilderen is heilige arbeid
Tot op de dag van vandaag is het schilderen van iconen dan ook met strenge rituelen omgeven. Voordat de schilder begint aan zijn werk moet hij vaste gebeden en rituelen verrichten. Vervolgens moet hij de heilige afbeelding weergeven zoals dat van oudsher werd gedaan. Er zit dus in de loop van de tijd weinig ontwikkeling in de vormgeving van de afbeeldingen. Het gaat er niet om zo realistisch mogelijk te schilderen, maar het heilige zo uit te beelden dat de gelovige het onmiddellijk als heilig erkent en vervolgens als heilig kan vereren: de icoon is immers (iets van) God onder de mensen. Daartoe worden de personen op de afbeelding gestileerd weergegeven; perspectief wordt niet gebruikt om de afbeelding 'echt' te laten lijken, maar om de aandacht te vestigen op het belangrijkste van de afbeelding; kleurgebruik is aan strenge regels onderhevig. Iconen zijn per definitie voor de eredienst: ze worden bewierookt; eerbiedig begroet met een kus, aanstrijking of buiging; ze worden tijdens de eredienst plechtig rondgedragen en bezongen; er branden kaarsjes voor enz.

Kijken naar afbeeldingen bij bijbelverhalen en heiligenlegendes

Wie naar een verhaal luisteren, hebben er hun eigen voorstellingen bij. Kunstenaars zijn in staat hun voorstelling bij het verhaal uit te beelden en weer te geven. Uit hun afbeelding laat zich afleiden welke bijzonderheden zij het belangrijkste vinden (bv door ze in het centrum te plaatsen, groot af te beelden, of van opzichtige kleuren te voorzien enz.). In hun afbeelding geven zij hún interpretatie van het verhaal.

Als ik het verhaal ken waarbij de kunstenaar een afbeelding heeft gemaakt, kan ik mijn voorstelling vergelijken met die van de kunstenaar. Ik zal me realiseren dat mij soms heel andere dingen opgevallen waren, dat ik heel andere bijzonderheden veel belangrijker of onbelangrijker vond enz.

Kijkend naar de afbeelding van een kunstenaar word ik me enerzijds meer bewust van mijn eigen interpretatie van het verhaal. Anderzijds, raak ik met de kunstenaar in gesprek, en laat ik mij door zijn of haar zienswijze verrassen en inspireren: verrijken door zijn of haar (al of niet gelovige) visie.

Zo geeft een afbeelding bij een religieus verhaal twee keer geestelijk voedsel:
1 door wat ikzelf in het verhaal aan levenswijsheid gevonden heb
2 door wat de kunstenaar blijkens zijn of haar wijze van afbeelden in het verhaal ziet.

© A. van den Akker s.j.

Over beeldmeditaties Voorbereiding op een meditatie Inrichting website Leeswijzer Verantwoording
Bezoek ook eens www.heiligen.net. Interessant!